Volgens dr. L. de Jong hebben ruim 5.200 joden de deportatie overleefd. Nog geen 1.200 overlevenden werden bevrijd in diverse concentratiekampen en hun buitencommando’s (circa 1.150 hadden deportatie naar Auschwitz overleefd, 19 hadden Sobibor overleefd), circa 1.800 overlevenden werden bevrijd in Tröbitz (niet ver van Leipzig) en bijna 200 in Maagdenburg (deze twee groepen waren afkomstig uit Bergen-Belsen) en circa 1.500 overlevenden werden bevrijd in Theresiënstadt. Voorts waren in juni-juli 1944 110 Nederlandse joden van Bergen-Belsen naar Palestina gebracht en hadden 437 Nederlandse joden in februari 1945 van Theresiënstadt naar Zwitserland mogen reizen. (L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 8, pag. 708 en 783, deel 10b, pag. 1213 en 1215, deel 12, pag. 54 en 110.) Onder de in Theresiënstadt bevrijde Nederlandse joden bevond zich ook de groep van circa 50 zogenaamde Onbekende Kinderen (zie Daphne Meijer, Onbekende Kinderen; De laatste trein uit Westerbork (Amsterdam 2001)).

Hoeveel kinderen er in totaal onder de overlevende gedeporteerden waren is ons niet bekend. In het boek Om het joodse kind (Amsterdam 1991) meldt Elma Verhey dat in Nederland maar vier- tot zesduizend joodse kinderen de oorlog hebben overleefd; verreweg de meesten via onderduik (pag. 16). Volgens L. de Jong hebben ongeveer 4.500 joodse kinderen de oorlog door middel van onderduik overleefd (Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog deel 12, pag. 57). Deze getallen doen vermoeden dat waarschijnlijk niet meer dan enkele honderden kinderen de deportatie hebben overleefd. Benadrukt moet worden dat dit een zeer vage en enigszins arbitraire schatting is.

Nog andere groepen joden hebben de oorlog overleefd: circa 16.000 onderduikers, circa 10.000 gemengd-gehuwden, circa 3.000 die door de Duitser Calmeyer als ‘Halfjoden’ waren aanvaard, circa 1.100 niet-gemengd-gehuwde protestantse joden, circa 3.000 die erin geslaagd waren naar Zwitserland of elders te vluchten, en tenslotte circa 900 joden die zich ten tijde van de bevrijding in kamp Westerbork bevonden. Het aantal joden dat zich enige tijd na de bevrijding, toen de repatriëring ten einde was, in Nederland bevond, kan niet veel minder zijn geweest dan circa 36.000. (L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog deel 12, pag. 54-55).