28 juni 2012

De Duitse inval in de Sovjet-Unie op 22 juni 1941 droeg een nieuw onderwerp aan in het Duitse propagandabeleid in bezet Nederland: de strijd om leven en dood tegen het communisme.

Propagandabijeenkomst

De Nazi-politicus en Rijkscommissaris van Nederland, Arthur Seyss-Inquart, zag nieuwe mogelijkheden om het Nederlandse volk te winnen voor Hitlers ‘Nieuwe Orde’, want in het burgerlijke Nederland was de angst voor het communisme van meet af aan groot geweest. De aanval op de ‘bolsjewistische vijand’ moest de Nederlandse bevolking voor de keus stellen: voor of tegen het nationaal-socialisme, voor of tegen het goddeloze bolsjewisme. De Rijkscommissaris gaf opdracht tot het organiseren van een grote propagandabijeenkomst in Amsterdam op vrijdagavond 27 juni 1941 onder het motto: Mit Adolf Hitler in ein neues Europa. Plaats van handeling: het IJsclubterrein (het huidige Museumplein). Onmiddellijk werd met de voorbereidingen begonnen. Overal in Amsterdam verschenen plakkaten met de aankondiging van de belangrijke gebeurtenis.

Tienduizenden Nederlandse nationaal-socialisten arriveerden die middag per trein in de hoofdstad en marcheerden onder vrolijke marsmuziek de stad in. Tegen acht uur verscheen onder luid gejuich van zijn aanhang en ‘Hou Zee’ geschal NSB-leider Anton Mussert. Kort daarop betraden Seyss-Inquart en zijn gevolg het terrein. De toespraak van de Rijkscommissaris duurde meer dan een uur en eindigde met de oproep ‘Nederlanders, blikt naar het Oosten’. Mussert verklaarde dat Duitsland op Nederland kon rekenen ‘als zijn trouwste broeder’.

Maar het gewenste effect van de propagandabijenkomst bleef uit. De reacties van de bevolking waren tot teleurstelling van de bezetter terughoudend. Dat had te maken met de verklaring van koningin Wilhelmina via Radio Oranje vanuit Londen: de ooit zo verfoeide Sovjet-Unie was nu een bondgenoot van Nederland.