9 augustus 1944

Medewerkers Trouw gefusilleerd in Vught

In de loop van 1943 pakt de SD steeds vaker Trouw-medewerkers op. Veel van deze bladenmakers komen in de gevangenis bij Haaren terecht. Een paar weken voordat de medewerkers op de fusilladeplaats verschijnen, laten de Duitsers een gevangene vrij. Deze moet aan Trouw-oprichter en verspreider Wim Speelman doorgeven dat de SD niet over gaat tot vervolging van de gevangenen als Trouw stopt.

Een kar tijdens een bevrijdingsparade, met opschrift; 'Drukkerij Fa. J.C. Kat voor illegaal drukwerk. 'Trouw' werd hier gedrukt!'.

Een snelle reactie van Trouw blijft uit. Dit betekent dat de gevangen medewerkers op 5 augustus voor de rechtbank verschijnen. Ondanks dat vinden er op 8 augustus toch nog onderhandelingen plaats. Ook deelt een SD-er mee dat het vonnis - sowieso de doodstraf – nog niet is uitgesproken.

In de tussentijd loopt Wim Speelman met een briefje op zak waarop staat dat Trouw nooit meer zal verschijnen. Een krabbel van Speelman voor 9 augustus 17.00 uur zou voldoende zijn om de gevangenen vrij te krijgen. Op 9 augustus dag praten de Trouw-kopstukken daarom,  mede onder druk van de families van de gevangenen, over dit zogenoemde ‘ultimatum’. Uiteindelijk besluiten de medewerkers niet te zwichten voor de Duitsers: de krant blijft bestaan.

In werkelijkheid heeft de rechter de verspreiders al bij de terechtstelling op 5 augustus ter dood veroordeeld en zijn medewerkers met andere taken bij Trouw naar een andere rechtbank overgeplaatst.

Op 10 augustus lezen Trouw-medewerkers in de kranten dat hun collega’s zijn veroordeeld.

Door het al uitspreken van het vonnis voor het verlopen van het ultimatum, lijkt het erop dat het nooit de bedoeling van de bezetter was om het op een akkoord te gooien. Het ging er vooral om Trouw intern te verdelen.