5 september 1944

Duitsers en NSB-ers op de vlucht. Veel Nederlanders vieren feest

Op maandagavond 4 september 1944 horen luisteraars van Radio Oranje minister-president Gerbrandy vanuit Londen zeggen dat de geallieerden de Nederlandse grens zijn gepasseerd en dat de stad Breda is bevrijd. Eenzelfde soort bericht zendt de BBC ook uit.

 

Op het Rijswijkseplein in Den Haag staan mensen op straat om de geallieerde bevrijders te verwelkomen zwaaiend met Britse en Nederlandse vlaggetjes.
Op het Rijswijkseplein in Den Haag staan mensen op straat om de geallieerde bevrijders te verwelkomen zwaaiend met Britse en Nederlandse vlaggetjes.

Na deze radio-uitzendingen vluchten Duitsers en NSB-ers op 5 september in paniek naar Duitsland. Ook de NSB-top en rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart kiezen het hazenpad en verkassen naar Oost-Nederland.

Andere Nederlanders zijn juist blij. Mensen hangen vlagen met oranje wimpels uit en wachten met smart op de geallieerden die ieder moment kunnen komen.

De kater is bij deze Nederlanders dan ook groot als blijkt dat het bericht een vergissing is. De geallieerden zijn nog niet de grens overgestoken. Op 14 september wordt Maastricht als eerste Nederlandse stad bevrijd en op 29 oktober rollen de geallieerden tanks door de straten van Breda. De inwoners van het noorden en het westen van Nederland moeten nog ruim een half jaar wachten tot ook zij de vlag kunnen uithangen.

De term ‘Dolle Dinsdag’ wordt op 15 september 1944 voor het eerst gebruikt in het nationaalsocialistische propagandablad De Gil. (Zie hiernaast).